Cartografisch feestjaar

Gepost op 05.01.2012 door de Kogge

Stikjaloers word ik wanneer ik verhalen hoor over ontdekkings- of wereldreizigers als Christoffel Columbus, Ferdinand Magellaan of neem nu zelfs de piepjonge Laura Dekker. Stuk voor stuk kregen zij de mogelijkheid verder te varen dan hun neus lang was. Dat is lang niet altijd zo geweest. Ik kan het weten. Handelsschepen volgden in mijn tijd immers vooral de kustlijn of de binnenwateren.

Ik hoor het u al denken: "Een middeleeuwer? Die was er rotsvast van overtuigd dat de aarde een platte schijf was". Daar onderbreek ik graag even, want lang niet iedereen ging hiermee akkoord. Denk maar aan het 'Boec van Sidrac' (tweede helft 13de eeuw) waarin koning Boctus vraagt of er mensen zijn aan de andere kant van de wereld die ook het daglicht kunnen zien. Sidrac antwoordt hem: "Om die rontheit vander werelt soe sijn enege liede onder ons ende sien die claerheit des hemels alse wy doen."* Of Dante die het in zijn meesterwerk 'La divina commedia' (begin 14de eeuw) over de "globo terraqueo" heeft.**

Ondanks de meningsverschillen over de aardvorm waren de meesten er zich wel van bewust dat er buiten hun leefwereld veel "terra incognita" was. En daar komt mijn soort in beeld. Schepen werden zodanig omgebouwd dat ze verre reizen konden maken naar onbekende gebieden. In de Oudheid baseerden zeelui zich voornamelijk op de poolster om hun koers te bepalen. Maar vanaf de 14de eeuw werd bijna elk schip uitgerust met een zeekompas, zodat varen overdag ook mogelijk werd.

© Detail van een kaart uit 1590 met een afbeelding van de Victoria, één van de vijf schepen van Ferdinand Magellaan. (Bron: Wikipedia)

Ik probeer het me in te beelden. Woeste golven strijken als vlijmscherpe messen langs mijn romp. Een luide wind giert over mijn dek. De mast wiebelt gevaarlijk heen en weer. Mijn bemanning doet verwoede pogingen om de koers te bewaren. Avontuur. Fantastisch. Maar waar varen we naartoe? En vooral: waar bevinden we ons?

Door de uitbreiding van handelscontacten en het grote aantal ontdekkingsreizen werd het noodzakelijk om de positie van een schip op zee te kunnen bepalen. Cartografen vergeleken zeekaarten, aanhoorden ervaringen van zeelui, maakten notities en brachten o.a. riffen, zandbanken en eilanden zo realistisch mogelijk in kaart. Ook nu nog blijken zeekaarten waardevolle informatie te bevatten. Dat bewees de herontdekking van de 'Zeekaart der Visscherij van Blankenberghe' vorig jaar.

© Wereldkaart getekend door Mercator in 1587.                                (Bron: Wikipedia)

Pionier in de cartografie is zonder twijfel de Vlaming Gerard De Cremer. Alias Mercator. Hij slaagde erin de ronde aarde weer te geven op een platte kaart. Een intelligent man als je het mij vraagt. En op 5 maart 2012 herdenken we zijn 500ste geboortedag in binnen- en buitenland. Een feestjaar dus. Boordevol tentoonstellingen, congressen, workshops en een publicatie.
 

Wilt u het Mercatorjaar graag meevieren? Kijk dan zeker eens op www.mercator2012.be.

 

* “Omdat de aarde rond is, zijn er mensen aan de andere kant van de wereld en zij zien, net als wij, het daglicht.” (Bron: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, Het boek van Sidrac in de Nederlanden. (editie J.F.J. van Tol). H.J. Paris, Amsterdam 1936.)
** Bron: Google Books, La divina commedia, volume 1, Sopra il paradiso, p cxxiij

Tags in deze blogpost:

middeleeuwen - cartografie - intellectuelen

REAGEER OP DIT ARTIKEL