UNESCO
Gepost op 19.12.2011 door de Kogge
Hoog bezoek in mijn labo vorige vrijdag. Na een tweedaags wetenschappelijk colloquium over de bescherming van onderwatererfgoed, kwam een geïnteresseerde UNESCO-delegatie bij mij een kijkje nemen.
In november 2001 werd het UNESCO-Verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water aangenomen. Bedoeling: internationale bescherming verzekeren. Niet alleen van scheepswrakken. Ook van verdronken steden bijvoorbeeld. Dankzij de richtlijnen in de conventie geniet onderwatererfgoed (eindelijk) dezelfde bescherming als erfgoed op het land.
Gelukkig maar. Want het is niet eenvoudig, denk ik, zo op de zeebodem liggen. Ik vond het best al ongemakkelijk vertoeven onder een sedimentlaag van 7 meter. Hoe moeten die ettelijke liters water wel niet voelen? Bovendien dreigt er vanuit verschillende hoeken gevaar voor archeologische onderwatersites. Natuurrampen, erosie, olieboringen of bouwprojecten aan de kustlijn.
En niet te vergeten: de beruchte ‘schattenjagers’. Door hun tussenkomsten, gaat er soms belangrijke informatie uit het verleden verloren. Archeologische artefacten verdwijnen al wel eens samen met hun geschiedkundige meerwaarde in privécollecties. Maar dankzij de conventie hebben schattenjagers niet langer vrij spel. Een rem op de commerciële uitbuiting van mijn collega-scheepswrakken.
Intussen is de conventie al toe aan haar 10de verjaardag. Een pak jonger dan ik dus. (Maar minstens even waardevol. Dat bewijzen de veertig landen die het verdrag intussen ondertekend hebben.) Om dit te vieren werd vorige week een internationaal wetenschappelijk colloquium georganiseerd in Brussel. Enkele van mijn onderzoekers namen deel. Samen met 200 andere gespecialiseerde academici, archeologen en UNESCO-experten zochten ze o.a. naar maatregelen voor een optimale bescherming en beheer van het onderwatererfgoed.
Bij wijze van afsluiter stond een kennismaking met mij en mijn team op het programma. Leerrijk voor beide partijen zo bleek. De vragen van de bezoekers openden immers enkele nieuwe perspectieven voor mijn onderzoekers en er werd volop genetwerkt. Bovendien benadrukte Dr. Ulrike Guérin (Programme Specialist Secretary) in haar dankwoordje hoe enthousiast en onder de indruk de UNESCO-delegatie was van mijn project. Trots op gans mijn team. Dat ben ik.
